Selecteer een pagina

Een drinktempo van Tesla-rijders op de Autobahn

Over stijl die aansluit bij de inhoud

 

Ik heb weleens gezegd dat ik, wanneer ik mijn eerste zin heb, mijn hele roman heb. Niet door wat die zin meedeelt, maar door de woordkeus, de sfeer en de stijl.

Stijl bestaat in de literatuur uit een eigen manier met de taal om te gaan, een eigen toon, een eigen aanpak, een eigen kijk op dingen en een eigen mengelmoes van stemmingen. De één is sarcastisch met humor, de ander zonder humor, de derde is melancholiek met gevoel voor absurditeit, de vierde zonder. Stijl gaat over zoveel. Maar je hoeft maar één alinea Brouwers te lezen om te weten: dit is Jeroen Brouwers.

Dat schrijft Jan Brokken over schrijfstijl.

Ik had zijn boek er weer eens bij gepakt nadat ik De bubbel had gelezen waarin Sanne Kanis op gevatte wijze een boekje open doet over de techcultuur, een snelgroeiende sector waar veel geld zit. Ik las het boek in twee dagen uit, zat regelmatig hardop in mijn eentje te grinniken en las steeds ‘nog één hoofdstukje’ tot het plotseling uit was.

Behalve dat deze roman hilarisch is, vlot geschreven en veel herkenbare situaties bevat (zelf heb ik twee jaar bij een fintech gewerkt), was ik onder de indruk van de stijl. En dan vooral hoe de vlotte, humoristische stijl past bij het verhaal over de snelle en hippe techwereld. Deze heeft hetzelfde tempo als het werken bij een tech startup doet vermoeden.

Wat is die stijl dan precies?

De eerste zin (die dus volgens Brokken sfeer en woordkeus van het verhaal bepaalt) luidt als volgt:

De verhuiswagen manoeuvreerde met een boog om het Amsterdamse paaltje heen. Op afstand keek ik het geheel met argusogen aan terwijl ik aan het schadeformulier dacht dat ik net had ingevuld.

Blijkbaar wordt er verhuisd en loopt dat niet zonder problemen. Er lijkt een vleug ironische humor in te zitten en de locatie is hip Amsterdam. Het eerste verkleinwoord wordt al gebruikt.

De sfeer wordt goed neergezet op de volgende pagina met deze zin:

Doos nummer 31. ‘Dat gaat toch nooit passen in je flatje in Notting Hill.’
Dit was een overbodige vraag. Ik voelde me alsof ik Theresa May was die een harde Brexit moest verdedigen.

De hoofdstukken zijn kort en beschrijven vaak één bepaalde scène waardoor je er zo doorheen bent en snel nog een hoofdstukje leest. Sanne gebruikt veel verkleinwoordjes (baardje, rolkoffertje, bubbeltjes), tot wel vijf op een pagina, die iets intiems en vertederends hebben met wellicht een ironische ondertoon.

De humor weet ze er beeldend in te brengen met origineel gevonden vergelijkingen en woordspelingen als:

  • de Flight Club stond propvol mooie jonge mensen met een drinktempo van Tesla-rijders op de Autobahn
  • ja, ik heb een analist, ja. Maar hij is zo bruikbaar als een bowlingbal zonder gaten
  • ze gilden alsof ze in het voorste karretje van een achtbaan zaten
  • ik rook in een mum van tijd naar Chanel Numero Barbecue

Door je schrijfstijl aan te laten sluiten bij de inhoud trek je de lezer nog meer in je verhaal en kan de lezer je verhaal (bijna) zelf beleven.

01-jul-2019

Bron: Het hoe van Jan Brokken (2011)

Boek: De bubbel van Sanne Kanis (2019)